Tussentijdse balans re-integratie: grotere vraag leidt niet tot meer terugkeer naar de werkvloer

Woensdag 13 september 2017 — Na een eerste kwartaalbalans rond re-integratietrajecten in mei dit jaar, maakt Mensura, Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk, nu een halfjaarbalans op. Het aantal aanvragen is sindsdien meer dan verdubbeld. Ondanks een lichte verbetering, blijft het resultaat vooral een definitieve arbeidsongeschiktheid bij de huidige werkgever. Toch leveren werkgevers wel degelijk inspanningen om langdurig zieke werknemers terug naar de werkvloer te begeleiden, zo blijkt uit aanvullende cijfers van werkhervattingsonderzoeken.

 

Stijgend aantal aanvragen
Mensura behandelde het eerste halfjaar in totaal 1366 aanvragen voor re-integratietrajecten. Dit is meer dan een verdubbeling ten opzichte van het aantal aanvragen in het eerste kwartaal van 2017, toen de teller op 544 stond. Zowel de werknemer, de werkgever, de behandelende arts als het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) kunnen een re-integratietraject opstarten, maar het blijkt dat vooral werknemers het initiatief nemen (68%), gevolgd door werkgevers (22%).
Bijna 2 op de 3 aanvragen is voor een vrouwelijke werknemer (60%) en de meeste aanvragen (30%) zijn voor de leeftijdscategorie 35-44 jaar. Sectoraal spant de dienstensector de kroon (30%), gevolgd door de zorg- (14%) en de bouwsector (11%).

2 op de 3 aanvragen leidt tot definitieve arbeidsongeschiktheid…
Het grootste deel  van het totale aantal doorlopen trajecten (60% na een halfjaar ten opzichte van 73% na het eerste kwartaal) leidt tot de beslissing definitief arbeidsongeschikt voor het overeengekomen werk, zonder de mogelijkheid om ander of aangepast werk uit te voeren bij dezelfde werkgever.
In 13% luidt de uitspraak ook definitief arbeidsongeschikt voor het overeengekomen werk, maar is ander of aangepast werk wel nog een optie. In 10% is re-integratie opstarten om medische redenen niet opportuun. Vlaanderen tekent het hoogste percentage ‘definitief arbeidsongeschikt’ op (63%).
Tijdelijke arbeidsongeschiktheid blijft minimaal: in ongeveer 5% van de gevallen is er nog mogelijkheid tot tussentijds ander of aangepast werk. Zonder deze mogelijkheid betreft het nog ongeveer 4% van de gevallen. Verder blijkt dat voor mannen vaker de mogelijkheid tot aangepast werk wordt gevonden (17% ten opzichte van 10% bij vrouwen).

… maar toch daalt het aantal arbeidsongeschikte werknemers
De resultaten uit een aanvullend onderzoek van Mensura in het kader van werkhervattingsonderzoeken tonen echter een andere tendens: het percentage definitieve arbeidsongeschiktheden daalt sterk voor alle sectoren tussen 2010 en 2016: van 19,8% naar 5,4%. Dat is vooral zichtbaar in de bouwsector (van 17% in 2015 naar 12% in 2016).
De twee meest voorkomende diagnoses bij arbeidsongeschiktheid hebben betrekking op het bewegingsapparaat (het hoogst in de sectoren bouw, logistiek en handel) en psychische problemen (het hoogst in het onderwijs, de zorgsector en de handel).

Werkgevers zetten in op terugkeer langdurig zieken
“Het aantal aanvragen voor re-integratietrajecten neemt toe omdat de procedure intussen beter bekend is. De resultaten van deze halfjaarbalans bevestigen min of meer de tendensen die uit de kwartaalcijfers bleken. De meerderheid van de re-integratietrajecten strandt op definitieve arbeidsongeschiktheid’, aldus Marie-Noëlle Schmickler, Geneesheer Directeur van Mensura. “Toch zou het verkeerd zijn om hieruit te besluiten dat er onvoldoende gezocht wordt naar ander of aangepast werk, om re-integratie alle kansen te geven.”

“De resultaten uit de werkhervattingsonderzoeken en de bezoeken voorafgaand aan de werkhervatting tonen net aan dat werkgevers wel degelijk inzetten op het faciliteren van terugkeer naar de werkvloer. Dat lijkt tegenstrijdig, maar valt te verklaren door de moeilijkheidsgraad van het dossier. Het blijkt dat wanneer werkgever en werknemer geloven dat werkhervatting haalbaar is, er doorgaans gekozen wordt voor een werkhervattingsonderzoek. Het zijn vooral de complexere dossiers die via het re-integratietraject worden behandeld. Daar kunnen bijvoorbeeld psychosociale factoren meespelen zoals conflicten. Of het feit dat een werknemer het niet meer haalbaar acht om bepaalde fysieke arbeid om te hervatten.”

“Werkhervattingsonderzoeken blijken meer informeel en laagdrempelig, waardoor dat de ideale weg is voor trajecten waarbij er al een goed zicht is op hoe de werkhervatting kan verlopen. Het blijft niettemin zaak om bij de complexere re-integratietrajecten creatief te blijven zoeken naar alternatieven voor definitieve arbeidsongeschiktheid.”

 

Marie-Noëlle Schmickler, Geneesheer Directeur van Mensura.